U bent hier: 

Kraaiachtigen

Kraaien, roeken, kauwen, gaaien en eksters behoren allen tot één grote familie. Ze helpen het insectenbestand in te tomen en overleven zelfs in de meest barre omstandigheden. Deze bonte familie heeft een erg uitgebreid dieet. Insecten, eieren, slakken en zelfs jonge vogels of zoogdieren slokken ze probleemloos naar binnen. Ook maïs of vruchten staan op hun menu. Het zijn echte alleseters.

Soorten kraaiachtigen

Het is niet altijd even gemakkelijk om kraaiachtigen uit elkaar te houden. De zwarte kraai is van bek tot teen zwart en krast de hele dag door. De roek brengt met zijn grijze snavel een heel arsenaal geluiden voort. Hij leeft het liefste in groep. Zijn veren komen tot ver op zijn poten en maken hem erg herkenbaar ‘de roek met een broek’. De kleinere kauw heeft een zilvergrijze schijn op haar kop en borst. De ekster merk je onmiddellijk op, met haar opvallende zwart-witte verenkleed en lange staart. De gaai herken je dan weer aan zijn blauw gestreepte schouderveren en beige-achtige pluimen. 

Schade

De kraai, roek, kauw, ekster en gaai lusten alles. Pas bezaaide akkers, rijpe maïskolven en boomgaarden vol rijp fruit vormen een feesttafel voor deze vogelsoorten. Heel wat maatregelen helpen je om kraaiachtigen bij je oogst vandaan te houden. Hieronder vind je een overzicht van de preventieve basismaatregelen die je kan nemen om schade door kraaiachtigen aan teelten, gewassen en andere goederen te voorkomen. Extra maatregelen kunnen het effect van je inspanningen versterken.

Kauw in je schouw

Kauwen bouwen hun nesten in schouwen, wat erg gevaarlijk kan zijn. Om dit te beletten, dek je best alle openingen af met een stevig metalen rooster. Door ten laatste in februari een metalen (bij voorkeur inox) roostertje te plaatsen op de rookgaten, blijft je schouw kauwvrij. De maaswijdte mag max. 3 cm bedragen, anders wringen de vogels zich er toch doorheen. In het verleden werd vaak gaasdraad gebruikt om de gaten af te schermen, maar die bleek niet bestand tegen de krachtige snavel van de vindingrijke vogels. Zorg ervoor dat je het rooster stevig vastmaakt.

Bestrijding

Bieden deze maatregelen onvoldoende bescherming tegen schade door de kraai, ekster, kauw en gaai? Dan kan je in bepaalde situaties overgaan tot bestrijding.

Sinds 1 september 2009 is het Besluit van de Vlaamse Regering met betrekking tot soortenbescherming en soortenbeheer (het 'Soortenbesluit') van kracht. Deze laat bestrijding toe van zwarte kraai, ekster, kauw en gaai, volgens de bepalingen in bijlage 3. Bestrijdingsmaatregelen worden verwacht geen negatief effect te hebben op deze soorten, gelet op de zeer omvangrijke populaties van deze soorten. 

Wanneer kan je bestrijden?
 
De bestrijding van deze vogels is enkel geoorloofd wanneer preventieve basismaatregelen gefaald hebben om schade te voorkomen. Bestrijding heeft uitsluitend betrekking op volgroeide individuen.
  • Zwarte kraai en ekster mogen bestreden worden om belangrijke schade aan professioneel geteelde gewassen te voorkomen, of om wilde fauna en flora te beschermen dan wel natuurlijke habitats in stand te houden. Bestrijding kan het ganse jaar worden ondernomen.
  • Kauw mag enkel worden bestreden om belangrijke schade aan professioneel geteelde gewassen te voorkomen. Bestrijding kan het ganse jaar worden ondernomen.
  • Gaai mag enkel worden bestreden om belangrijke schade aan professionele fruitteelt te voorkomen. Dit kan enkel binnen een perimeter van 150 meter rondom het perceel waarvoor de bestrijding wordt gemeld. Bestrijding kan enkel worden ondernomen in de periode van 1 juli tot en met 31 oktober.
Wie kan bestrijden?

Bestrijding mag worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder, exploitant, grondgebruiker(s) of bijzondere veldwachter van het bewuste terrein (alsook door een derde, op voorwaarde van een schriftelijke toestemming van de eigenaar, verhuurder, exploitant of grondgebruiker(s)).
Bij de bestrijding moet bijzondere aandacht uitgaan naar de veiligheid, en naar de verenigbaarheid met activiteiten van andere gebruikers van het buitengebied.

Hoe kan je bestrijden?

De bestrijding mag worden uitgevoerd met volgende middelen.
  • Vuurwapens. Gebruik van vuurwapens voor de bestrijding van kraaiachtigen is enkel toegestaan voor personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof overeenkomstig de Vlaamse jachtregelgeving.
  • Roofvogels, die op legitieme wijze in bezit worden gehouden.
  • Trechtervallen en Larsen-kooien. Deze mogen enkel vangklaar worden opgesteld in de periode van 16 februari tot en met 15 oktober. De vallen/kooien worden dagelijks gecontroleerd en alle andere gevangen dieren dan de soorten waarvoor het gebruik van vallen is toegestaan, worden dadelijk ter plekke in vrijheid gesteld. Voor elke gemelde val/kooi, mag de aanmelder maximaal twee levende lokdieren van de te bestrijden soort in zijn bezit hebben, gebruiken en vervoeren. De lokdieren moeten voedsel, water en beschutting ter beschikking hebben. Een val/kooi bevat geen vlees of slachtafval als lokaas. Elke val/kooi wordt geïdentificeerd met een weersbestendig plaatje waarop de naam van de te bestrijden soort, het telefoonnummer van het Agentschap voor Natuur en Bos alsook -in voorkomend geval- het jachtverlofnummer van de plaatser van de val leesbaar vermeld staan. Daarnaast wordt ook de volgende tekst op het plaatje vermeld: “Deze val is geplaatst conform de uitvoeringsmodaliteiten van het Soortenbesluit van 15 mei 2009, bijlage 3”.
  • Akoestische hulpmiddelen, voor zover ze gericht zijn op de soort die wordt bestreden.
  • Dode lokdieren, van dezelfde soort als waarvoor bestrijding gemeld is.
  • Kunstmatige lokdieren.
Hoe moet je bestrijding vooraf melden?

De bestrijding wordt bij het Agentschap voor Natuur en Bos gemeld via het daartoe bestemde meldingsformulier. Dit formulier bevat de specificaties omtrent de geplande bestrijding. Het meldingsformulier wordt naar het Agentschap gestuurd via e-mail, of met een aangetekende brief.
De bestrijding mag ten vroegste 24 uur na de versturing van dit formulier aanvangen, en maximaal tot het einde van het betreffende kalenderjaar duren. Tijdens het uitoefenen van de bestrijding moet een bestrijder altijd een kopie van het meldingsformulier kunnen voorleggen.

Hoe moet je bestrijding nadien rapporteren?


Na de bestrijdingsactiviteit of na afloop van de bestrijdingskalender moet het aantal gedode dieren worden gerapporteerd aan de bevoegde dienst van het Agentschap van de provincie waarin het grootste deel van het terrein of WBE-werkingsgebied is gelegen, via het daartoe bestemde rapportageformulier. Voor erkende wildbeheereenheden en onafhankelijke jachtrechthouders volstaat het om te rapporteren via hun jaarlijkse wildrapport.

Wat moet er gebeuren met de kadavers?

De dieren die het voorwerp zijn van bestrijding worden op een diervriendelijke manier gedood. Gedode specimens die niet voor consumptie worden genuttigd, dienen op een milieuhygiënisch verantwoorde manier te worden verwerkt.

Voor alle wettelijke bepalingen moet het ‘Soortenbesluit’ worden geconsulteerd (zie hoger).

Schadevergoeding

Schade door roeken aan teelten en gewassen komt in aanmerking voor een schadevergoeding, die je kunt aanvragen via het e-loket. Schade door de kraai, ekster en kauw aan gewassen en schade door de gaai aan professionele fruitteelt worden niet vergoed. Ook voor schade door de hele kraaienfamilie aan goederen kan je geen vergoeding krijgen.